BASE Advocaten - The Litigation Firm

De tijdelijke drempelvrijstelling RVU-heffing en uitbreiding van verlofsparen

Arbeidsrecht 29 June 2021
Met oudere werknemers afspraken maken over uitdiensttreding onder toekenning van een vergoeding kan de werkgever duur komen te staan. De belastingdienst hanteert namelijk een naheffing van 52% over RVU-uitkeringen. De werkgever wordt hiermee belast. Met het ophogen van de AOW-leeftijd werd een deel van de oudere werknemers benadeeld. Om die reden heeft de overheid besloten de heffing over RVU-uitkeringen tijdelijk te wijzigen (looptijd tot 31 december 2025). Een andere regeling met hetzelfde doel betreft de uitbreiding van de mogelijkheid van onbelast verlofsparen. Beide voorzieningen zijn sinds 1 januari 2021 van kracht.

Wat is een RVU-regeling?
RVU staat voor “Regeling Vervroegde Uittreding”. In geval van een RVU treedt de werknemer eerder dan de pensioengerechtigde leeftijd uit dienst onder toekenning van een vergoeding die de periode tot aan de pensioengerechtigde leeftijd overbrugt. De fiscus belast die vergoeding dooreen (na)heffing van 52%, zodat werkgevers worden ontmoedigd een RVU aan te bieden en werknemers zo langer blijven werken. Er zijn twee toetsingscriteria om te bepalen of sprake is van een RVU.

  1. Het moet gaan om een leeftijdsgerelateerd ontslag. Een ontslag wegens disfunctioneren en een reorganisatie met een regeling die geldt voor alle werknemers zijn in beginsel dus geen RVU.
  2. Als sprake is van leeftijdsgerelateerd ontslag, wordt getoetst aan het tweede criterium om te bepalen of sprake is van een RVU. Het tweede criterium is dat de maandelijkse uitkering niet hoger mag zijn dan 70% van het laatstverdiende loon. Dit wordt berekend door het bedrag uit te spreiden beginnend bij uitdiensttreding en eindigend wanneer de werknemer het moment van twee jaar voor de pensioenleeftijd uit de pensioenregeling of de AOW-leeftijd heeft bereikt.

Indien sprake is van een leeftijdsgerelateerd ontslag en de vergoeding gemiddeld hoger ligt dan 70% van het laatstverdiende loon, dan is sprake van een RVU. De werkgever wordt dan geconfronteerd met een naheffing van 52% over de toegekende vergoeding.

Tijdelijke drempelvrijstelling RVU-heffing
Er is een tijdelijke drempelvrijstelling van kracht om de benadeling van oudere werknemers vanwege de verhoging van de AOW-leeftijd (enigszins) te compenseren. Dit brengt met zich dat in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025 er in beginsel geen heffing wordt geheven over een RVU als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de uitkering vindt plaats in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025;
  2. de vrijstelling geldt voor een periodieke uitkering en een uitkering ineens;
  3. de vrijstelling is alleen van toepassing op de periode binnen 36 maanden tot het bereiken van de AOW-leeftijd en is beperkt tot een jaarlijks vast te stellen bedrag;
  4. de beëindigingsovereenkomst moet uiterlijk 31 december 2025 zijn getekend om onder de vrijstelling te vallen. Afspraken die nadien worden overeengekomen vallen onder het normale RVU-regime.

Concreet betekent dit dat oudere werknemers die binnen 36 maanden de AOW-leeftijd bereiken, een regeling kan worden aangeboden onder toekenning van een vergoeding van vandaag de dag maximaal EUR 1.847,- per maand zonder dat daar een naheffing door de Belastingdienst op volgt wegens het zijn van een RVU. De maximale heffingsvrije RVU-uitkering wordt bereikt als de werknemer 36 maanden voor de AOW-leeftijd overeenkomt dat hij ofwel maandelijks een bedrag van EUR 1.847,- krijgt ofwel een bedrag van EUR 66.492,- (36 * EUR 1.847) ineens.

Wordt afgeweken van de 36 maanden, heeft dit tot gevolg dat over die afwijking wel de naheffing van 52% volgt. Als de uitkering 40 maanden voor de AOW-leeftijd aanvangt, dan wordt over deze eerste vier maanden wel heffing geheven (en de resterende 36 maanden dus niet). Ook indien een uitkering hoger is dan EUR 1.847,- per maand, wordt over dat meerdere heffing geheven. Dit wordt per periodieke uitkering cumulatief gecontroleerd. Dit houdt in dat wordt gekeken naar het totale vrijstellingsbedrag over de periode tot aan de AOW-leeftijd. Een werknemer die bijvoorbeeld 10 maanden voor de AOW-leeftijd een periodieke uitkering krijgt van EUR 2.000,- per maand, heeft recht op een heffingsvrije RVU van totaal EUR 18,470,- (10 maanden * EUR 1.847,-). Pas op het moment dat dit totale bedrag is overschreden, wordt de RVU belast. Het bedrag wordt pas in de 10e maand van de RVU overschreden, wat met zich brengt dat werkgever in de 10e maand een heffing krijgt over de laatste EUR 1.530,-.

Let op: het maximale heffingsvrije bedrag wordt jaarlijks gewijzigd!

Wat is verlofsparen?
Werknemers hebben wettelijk recht op een minimum aantal verlof en vakantiedagen. De werkgever kan echter meer verlof en vakantiedagen toekennen aan werknemers in de arbeidsovereenkomst. Deze bovenwettelijke dagen kunnen worden opgespaard tot vijf jaar, waarna ze vervallen. In een cao, arbeidsovereenkomst of in een bedrijfsregeling van de werkgever kan zijn opgenomen dat extra verlofdagen kunnen worden opgebouwd. Bovendien kan in een cao zijn opgenomen dat de opgebouwde verlofdagen niet vervallen na vijf jaar, waardoor deze dagen over een lange periode kunnen worden opgespaard. Dit fenomeen wordt verlofsparen genoemd.

Voorheen kon een werknemer het extra verlof onbelast opsparen tot een maximum van 50 weken. Over het meerdere werd direct loonbelasting geheven. Per 1 januari 2021 is het maximum aan onbelaste verlofweken verhoogd naar 100 weken. Dit geeft werknemers meer vrijheid in het regelen van hun loopbaan. Een werknemer kan bijvoorbeeld ervoor kiezen twee jaar eerder met pensioen te gaan, maar ook tussentijds een langere periode vrij te nemen. Gedurende de verlofperiode blijft werknemer in dienst van werkgever, krijgt werknemer loon en wordt tevens pensioen opgebouwd. Van belang is wel dat de opgespaarde verlofdagen wettelijk gezien vervallen na vijf jaar. Werkgevers doen er daarom goed aan hierover afspraken te maken met werknemers of een verlofspaarregeling te introduceren voor de gehele onderneming, zodat werknemers ook daadwerkelijk gebruik kunnen maken van het verlofsparen.

Conclusie
Met de tijdelijke drempelvrijstelling RVU is de regeling versoepeld. De vraag of sprake is van een RVU blijft nog steeds belangrijk voor het geval een hoger bedrag wordt afgesproken of de werknemer nog niet de leeftijd van 36 maanden voor de AOW-leeftijd heeft bereikt. In dat geval kan namelijk een heffing worden geheven over het meerdere.

Met ingang van 1 januari 2021 kan een werknemer 100 verlofweken opsparen en deze gedurende de loopbaan opnemen of gebruiken om vervroegd uit dienst te treden. Werknemers hoeven dan niet te werken, maar behouden wel het loon. De opgespaarde verlofdagen vervallen na vijf jaar op grond van de wet. Het maken van specifieke afspraken hieromtrent verdient aanbeveling.

Vragen? Neem contact op met één van de advocaten van de sectie arbeidsrecht.

More information

Return

The Litigation firm

Solving your problem, so that you can continue with your business. That is what it is all about. It is our profession and our passion to make a business dispute or employment dispute manageable and to solve it. Sometimes we are able to do this by staying invisible by casebuilding the best file possible for and together with you behind the scenes. Being diplomatic where possible and aggressive where needed. And sometimes, full-on litigating is unavoidable. Because limits have been reached, because the other party remains unwilling to come to a constructive amicable solution, or because it may be important for your market reputation to draw a line.

Tailor-made service is key in the handling of each case. Because we are doing it together, lawyer and client. We invest in the mutual cooperation and we look in depth at your company and your market. BASE makes clear choices out of strength, because we only want to do what we are really good at and because you are simply counting on added-value. Therefor our practice focuses on Corporate & Commercial Litigation and Employment law.

Expertise

Corporate & Commercial Litigation

At BASE Advocaten we practice the litigation- and dispute resolution practice at the highest level. We advise and assist domestic- and foreign clients in their vital business disputes. Disputes within the company, directors’ liability, shareholders disputes, disputes concerning commercial contracts, acting against (or for) financial institutions about duty of care-disputes and professional liability disputes. These are just some examples. Click below for further information.

Read more

Employment law

BASE Advocaten provides topspecialists in Employment law. We act on behalf of employers (both domestic and foreign), individual directors/employees, and works councils. On a daily basis we advise and litigate on matters regarding (for example) the termination of employment, reorganizations, employment terms and conditions, disciplinary measures, employee participation and employer’s liability. Click below for further information.

Read more
Partner of
logo Erasmus
Friend of
logo Sophia Kinderziekenhuis
Actual detail - BASE Advocaten
We use cookies to improve your experience on our website, for statistical purposes, and to give you access to our social media.
By using this website or by clicking 'agree', you agree to our use of cookies.
Accept cookies Reject cookies