BASE Advocaten - The Litigation Firm

Een algemeen tatoeageverbod op het werk, mag dat?

Nieuws 06 January 2022

Over bovenstaande vraag heeft het gerechtshof Den Haag zich op 28 december 2021 uitgelaten in een zaak die door de vereniging Vakorganisatie Onafhankelijk RET-personeel ("VOR") is aangespannen tegen De Rotterdamse Electrische Tram N.V. ("RET"). In deze kwestie hebben Marlies Kruit en Jan-Willem van Geen namens de VOR opgetreden. Met succes.

Kern van de zaak
De RET hanteert sinds jaar en dag voor haar Controleurs Openbaar Vervoer ("COV-ers") een tatoeagebeleid. Dit beleid houdt kort gezegd in dat het deze werknemers verboden is hun tatoeages zichtbaar te hebben tijdens de uitvoering van hun dienst in uniform. Tatoeages dienen te worden afgedekt. Dit beleid is door de RET ingevoerd op grond van haar instructierecht als werkgever. Een werkgever mag immers, binnen zekere grenzen, van de werknemer verlangen dat hij zich aan voorschriften houdt over het verrichten van zijn werkzaamheden. De VOR is van mening dat de grenzen van dit instructierecht worden overschreden. Dit omdat het beleid inbreuk maakt op grondrechten (waaronder het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of privacy) van de betreffende werknemers zonder dat daar voldoende rechtvaardiging voor bestaat. De RET stelt zich daarentegen op het standpunt dat zij op basis van haar instructierecht een eigen afweging mag maken en zij de grenzen van het instructierecht niet overschrijdt. Daarbij wijst de RET erop dat het beleid noodzakelijk zou zijn voor een neutrale, professionele en uniforme uitstraling van de COV-ers. Zichtbare tatoeages zouden afbreuk doen aan het gezag van de COV-er en ten koste gaan van de veiligheid. Bovendien, zo stelt de RET, zouden reizigers zich (mogelijk) niet meer tot de COV-er wenden in geval van vragen of nood wanneer de COV-er openlijk tatoeages draagt.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 18 september 2020 geoordeeld dat er weliswaar grenzen zitten aan het stellen van regels aan tatoeages, maar dat het tatoeagebeleid van de RET deze grenzen niet overschrijdt. Dit omdat de bijzondere positie van de COV-er (vanwege de politiebevoegdheden en geweldsmiddelen) een neutrale en professionele uitstraling vereist, aldus de kantonrechter. Klik hier voor de uitspraak van de kantonrechter.

Oordeel gerechtshof Den Haag
In de ogen van de VOR was dit oordeel van de kantonrechter te kort door de bocht. Er werd namelijk weliswaar gesteld dat het beleid noodzakelijk zou zijn voor een neutrale, professionele en uniforme uitstraling van de COV-ers, maar dit bleek nergens uit. En ook de stelling dat zichtbare tatoeages afbreuk doen aan het gezag van de COV-er en ten koste gaan van de veiligheid van de medewerker en de reizigers, was door de RET geenszins onderbouwd. Nu er derhalve geen aantoonbare rechtvaardiging bestond voor de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betreffende medewerkers, is de VOR in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de rechtbank. Met succes. Hieronder in een notendop het oordeel van het hof.

Het hof stelt voorop dat een werkgever op grond van het instructierecht binnen zekere grenzen van de werknemer mag verwachten dat hij zich houdt aan voorschriften over het verrichten van zijn werkzaamheden. De RET stelt door het tatoeagebeleid grenzen aan de uiterlijke verschijning van de COV-ers op hun werk. Dit maakt volgens het hof in beginsel inderdaad inbreuk op hun – ook op het werk geldende – bescherming van de persoonlijke levenssfeer of privacy. Dat het met het tatoeagebeleid beoogde doel (de benodigde uitstraling, het gezag en de veiligheid) zwaarwegend is, staat op zich niet ter discussie, zo stelt het hof vast. Waar het om gaat is dat partijen verschillen van mening over de vraag of het tatoeagebeleid ook daadwerkelijk geschikt en proportioneel is om dit doel te bereiken. Nu de RET enerzijds niet heeft aangetoond dat zichtbare tatoeages afbreuk doen aan de gewenste uitstraling, het gezag of de veiligheid en anderzijds de VOR wel met stukken heeft onderbouw dat er tegenwoordig door het publiek anders wordt aangekeken tegen tatoeages, komt het hof tot het oordeel dat geen sprake is van een geschikt, laat staan proportioneel middel. De grenzen van het instructierecht worden dan ook overschreden door het tatoeagebeleid. Het tatoeagebeleid van de RET is derhalve in strijd met het goed werkgeverschap, zo oordeelt het hof. Klik hier voor het arrest van het hof.

Gevolgen voor de praktijk
Als werkgever heb je het recht om voorschriften op te leggen in het kader van het verrichten van werkzaamheden. Wanneer die voorschriften inbreuk maken op een grondrecht, zal daar voldoende rechtvaardiging voor moeten bestaan. Onderzocht zal moeten worden of de instructie (het beleid) een legitiem doel dient en of het een geschikt middel is om dat doel te bereiken. Verder zal moeten worden onderzocht of de inbreuk op het grondrecht evenredig is in verhouding tot het belang van de werkgever bij het bereiken van het beoogde doel (proportionaliteit) en of de werkgever dat doel redelijkerwijs op een minder ingrijpende wijze kon bereiken. Wat dit arrest van het hof laat zien is dat een werkgever niet alleen kan volstaan met het benoemen van zijn belang en de beoogde rechtvaardigingsgrond, maar dat dit ook deugdelijk zal moeten worden onderbouwd. Ontbreekt die onderbouwing, dan kan het beleid in strijd zijn met het goed werkgeverschap en op die grond van tafel worden geveegd.

Indien u vragen heeft over het voorgaande, neemt u dan vooral contact op met Jan-Willem van Geen of een van onze andere advocaten van de sectie Arbeidsrecht.

More information

Return

The Litigation firm

Solving your problem, so that you can continue with your business. That is what it is all about. It is our profession and our passion to make a business dispute or employment dispute manageable and to solve it. Sometimes we are able to do this by staying invisible by casebuilding the best file possible for and together with you behind the scenes. Being diplomatic where possible and aggressive where needed. And sometimes, full-on litigating is unavoidable. Because limits have been reached, because the other party remains unwilling to come to a constructive amicable solution, or because it may be important for your market reputation to draw a line.

Tailor-made service is key in the handling of each case. Because we are doing it together, lawyer and client. We invest in the mutual cooperation and we look in depth at your company and your market. BASE makes clear choices out of strength, because we only want to do what we are really good at and because you are simply counting on added-value. Therefor our practice focuses on Corporate & Commercial Litigation and Employment law.

Expertise

Corporate & Commercial Litigation

At BASE Advocaten we practice the litigation- and dispute resolution practice at the highest level. We advise and assist domestic- and foreign clients in their vital business disputes. Disputes within the company, directors’ liability, shareholders disputes, disputes concerning commercial contracts, acting against (or for) financial institutions about duty of care-disputes and professional liability disputes. These are just some examples. Click below for further information.

Read more

Employment law

BASE Advocaten provides topspecialists in Employment law. We act on behalf of employers (both domestic and foreign), individual directors/employees, and works councils. On a daily basis we advise and litigate on matters regarding (for example) the termination of employment, reorganizations, employment terms and conditions, disciplinary measures, employee participation and employer’s liability. Click below for further information.

Read more
Partner of
logo Erasmus
Friend of
logo Sophia Kinderziekenhuis
Actual detail - BASE Advocaten
We use cookies to improve your experience on our website, for statistical purposes, and to give you access to our social media.
By using this website or by clicking 'agree', you agree to our use of cookies.
Accept cookies Reject cookies