BASE Advocaten - The Litigation Firm

Conclusie A-G: Splitsingswet in lijn met Europees recht

Blogs 17 May 2013

De Wet onafhankelijk netbeheer van 23 november 2006, ook wel “Splitsingswet” genoemd, heeft in de energiewereld heel wat stof doen opwaaien. Met de zeer recente conclusie van de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie lijkt de Splitsingswet eindelijk definitief groen licht te krijgen. Maar waar ging het ook alweer om? Hieronder een kort overzicht van de speerpunten van deze wet, de rechtszaak tegen de Staat, de belangrijkste overwegingen van de conclusie van de advocaat-generaal en de waarschijnlijke gevolgen daarvan voor de energiemarkt.

Kern Splitsingswet

De Splitsingswet houdt in de kern drie vergaande verplichtingen in voor beheerders van elektriciteits- en gasnetten (“netbeheerders”), namelijk een privatiseringsverbod, een groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten. Met het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten wordt een eigendomssplitsing op aandeelhoudersniveau beoogd tussen de commerciële activiteiten (de productie en levering energie) en de netbeheerdersactiviteiten van geïntegreerde energiebedrijven. Het privateringsverbod voorkomt dat netbeheerders in handen komen van private partijen. Deze verboden waren volgens de wetgever onder meer nodig omdat een onafhankelijk netbeheer de concurrentie op de energiemarkt ten goede zou komen en daarmee voorkomen zou worden dat Nederlandse energienetwerken in buitenlandse handen zouden komen. Volgens de Splitsingswet zouden alle geïntegreerde energiebedrijven eigenlijk al per 1 januari 2011 hun netbeheerdersactiviteiten volledig gesplitst moeten hebben van hun productie- en leveringsactiviteiten.

Rechtszaak

De Splitsingswet leidde echter tot weerstand bij onder meer de geïntegreerde energiebedrijven Eneco en DELTA. Eneco en DELTA spanden in 2007 (samen met het vrijwillig gesplitste Essent) een rechtszaak aan tegen de Staat en vorderden daarin een verklaring voor recht dat het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten in strijd zijn met de artikelen 49 en 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”), die – kort gezegd – de vrijheid van vestiging en de vrijheid van kapitaalverkeer binnen de Europese Unie beogen te waarborgen.

Hof: gedwongen splitsing onverbindend

Het hof Den Haag gaf Eneco en DELTA in hoger beroep gelijk en oordeelde in haar arrest van 22 juni 2010 dat het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten onverbindend zijn wegens strijd met het verbod op beperking van het kapitaalverkeer ex artikel 63 VWEU. De Staat stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Hangende deze cassatieprocedure zijn het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten (voorlopig) komen te vervallen, wat in de praktijk betekende dat bedrijven als Eneco en DELTA (nog) niet tot gedwongen splitsing van hun netbeheerdersactiviteiten hoefden over te gaan.

Prejudiciële vragen

De Hoge Raad heeft in zijn tussenarrest van 24 februari 2012 drie prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie, die – geparafraseerd – als volgt luiden:

(i)             Is het privatiseringsverbod een regeling van eigendomsrecht in een lidstaat als bedoeld in artikel 345 VWEU dat door dit verdrag onverlet moet worden gelaten?
(ii)           Zo ja, zijn de regels van vrij kapitaalverkeer dan niet van toepassing op het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten, althans kan de toetsing aan die regels niet worden toegekomen?
(iii)          Kunnen de doelstellingen van de Splitsingswet, zoals het bewerken van transparantie en voorkomen van concurrentieverstoring op de energiemarkt, overigens als dwingende redenen van algemeen belang worden aangemerkt die eenrechtvaardiging kunnen vormen voor een beperking van het kapitaalverkeer?

 

Conclusie A-G N. Jääskinen

Op 16 april 2013 is de conclusie van behandelend advocaat-generaal Jääskinen (“A-G”) gepubliceerd waarin de A-G zijn visie geeft op de rechtsgeldigheid van de Splitsingswet. In zijn conclusie stelt de A-G dat het privatiseringsverbod inderdaad een regeling van eigendomsrecht is dat door de verdragen van de Europese Unie onverlet dient te worden gelaten, maar dat andere nationale regelingen, zoals het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten wel degelijk binnen de werkingssfeer van het vrije kapitaalverkeer vallen en dat hun verenigbaarheid daarmee moet worden onderzocht. De A-G oordeelt daarover dat het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten kunnen worden beschouwd als gerechtvaardigde beperkingen van het vrij verkeer van kapitaal, omdat hiermee kan worden gewaarborgd dat de mededinging niet wordt verstoord doordat een monopoliepositie als netbeheerder wordt benut bij de verhandeling, levering of productie, dan wel binnen andere van het netbeheer afgescheiden sectoren. Met andere woorden: de A-G vindt dat er dwingende redenen van algemeen belang bestaan die maken dat de Splitsingswet het vrij verkeer van kapitaal mag beperken.

Gevolg

De A-G acht, anders dan het hof Den Haag, de Splitsingswet dus wel verenigbaar met Europees recht. Het is niet ondenkbaar dat de conclusie van de A-G wordt overgenomen door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dat zou onder meer betekenen dat Eneco en DELTA, die hun netbeheerdersactiviteiten nog altijd in hetzelfde concern herbergen als hun productie- en leveringsactiviteiten, alsnog tot een eigendomssplitsing van hun netbeheerdersactiviteiten zullen moeten overgaan.

Mocht u vragen hebben of advies wensen aangaande dit artikel, neemt u dan contact op met mr. M.A. de Vlieger en mr. J.M.J. Arts .

(c) BASE Advocaten B.V.

More information

Return

The Litigation firm

Solving your problem, so that you can continue with your business. That is what it is all about. It is our profession and our passion to make a business dispute or employment dispute manageable and to solve it. Sometimes we are able to do this by staying invisible by casebuilding the best file possible for and together with you behind the scenes. Being diplomatic where possible and aggressive where needed. And sometimes, full-on litigating is unavoidable. Because limits have been reached, because the other party remains unwilling to come to a constructive amicable solution, or because it may be important for your market reputation to draw a line.

Tailor-made service is key in the handling of each case. Because we are doing it together, lawyer and client. We invest in the mutual cooperation and we look in depth at your company and your market. BASE makes clear choices out of strength, because we only want to do what we are really good at and because you are simply counting on added-value. Therefor our practice focuses on Corporate & Commercial Litigation and Employment law.

Expertise

Corporate & Commercial Litigation

At BASE Advocaten we practice the litigation- and dispute resolution practice at the highest level. We advise and assist domestic- and foreign clients in their vital business disputes. Disputes within the company, directors’ liability, shareholders disputes, disputes concerning commercial contracts, acting against (or for) financial institutions about duty of care-disputes and professional liability disputes. These are just some examples. Click below for further information.

Read more

Employment law

BASE Advocaten provides topspecialists in Employment law. We act on behalf of employers (both domestic and foreign), individual directors/employees, and works councils. On a daily basis we advise and litigate on matters regarding (for example) the termination of employment, reorganizations, employment terms and conditions, disciplinary measures, employee participation and employer’s liability. Click below for further information.

Read more
Partner of
logo Erasmus
Friend of
logo Sophia Kinderziekenhuis
Actual detail - BASE Advocaten
We use cookies to improve your experience on our website, for statistical purposes, and to give you access to our social media.
By using this website or by clicking 'agree', you agree to our use of cookies.
Accept cookies Reject cookies