BASE Advocaten - The Litigation Firm

Bestuurdersaansprakelijkheid - wat niet weet, wat niet deert

Blogs 07 maart 2019
Benadeelde schuldeisers van gefailleerde vennootschappen kunnen zich voor het verhalen van hun vorderingen en schade niet alleen wenden tot die vennootschappen, maar ook tot de bestuurders van die vennootschappen. Vorige maand verduidelijkte de Hoge Raad onder welke omstandigheden dat kan (ECLI:NL:HR:2019:272).

De aanleiding was een langslepend juridisch geschil over drie garages in Haarlem. De verweerders in cassatie waren de bestuurders van een tussenholding (gemakshalve “vennootschap A”), die op haar beurt enig aandeelhouder was van drie garagebedrijven. De bedrijfsruimten waarin de garagebedrijven gevestigd waren, behoorden in eigendom toe aan één van de verweerders in cassatie. In 2002 besloot hij de bedrijfsruimten te verkopen aan een beleggingsmaatschappij, waarna de beleggingsmaatschappij de bedrijfsruimten voor in ieder geval tien jaar zou verhuren aan de drie garagebedrijven tegen een huurprijs van EUR 343.866 per jaar. In de huurovereenkomst stelde vennootschap A, waarvan de verweerders in cassatie dus beiden bestuurder waren, zich garant voor voldoening van de huurprijs door de garagebedrijven.

In de huurovereenkomst tussen de beleggingsmaatschappij en de garagebedrijven was een contractueel schadevergoedingsbeding opgenomen. Dat beding bepaalde dat de garagebedrijven ook ingeval van faillissement gehouden waren tot vergoeding van de door de beleggingsmaatschappij geleden schade, waaronder de door de beleggingsmaatschappij gederfde huur.

De garagebedrijven lopen spaak en gaan in 2009 failliet. De curator zegt namens de garagebedrijven de huur op, de garantsteller – vennootschap A – betaalt de over de opzegtermijn verschuldigde huur. Een uitgebreide procedure over de vraag of en tegen wie het schadevergoedingsbeding kan worden ingeroepen volgt. De conclusie van de Hoge Raad luidt (in 2013) dat het schadevergoedingsbeding op grond van de Faillissementswet niet tegen de failliete garagebedrijven kan worden ingeroepen, maar wel onverminderd tegen de garantsteller, vennootschap A. Die is immers niet failliet. Vennootschap A blijkt echter geen verhaal (meer) te bieden.

De beleggingsmaatschappij laat het er niet bij zitten en wendt zich tot de bestuurders van vennootschap A, de uiteindelijke verweerders in cassatie. De beleggingsmaatschappij stelt dat de verweerders in cassatie een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt – de maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid – op twee gronden: (i) de verweerders in cassatie zouden namens vennootschap A de garantieverplichting zijn aangegaan, terwijl zij wisten of redelijkerwijs moesten weten dat vennootschap A niet aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen zou kunnen voldoen en (ii) de verweerders in cassatie zouden hebben bewerkstelligd of toegelaten dat vennootschap A haar verplichtingen uit de garantie niet zou kunnen nakomen en ook daadwerkelijk niet nakwam.

Die twee grondslagen kennen een belangrijk verschil, zo benadrukt de Hoge Raad. Grond (i) ziet uitsluitend op het moment waarop vennootschap A de garantie gaf (2002) en dus op wat de bestuurders – verweerders in cassatie – op dat moment wisten of redelijkerwijs moesten weten, grond (ii) ziet ook op de periode daarna en de in die periode door de bestuurders van vennootschap opgedane kennis. Dat verschil nekt de verweerders in cassatie.

Tot de Hoge Raad in 2013 oordeelde dat het schadevergoedingsbeding in de huurovereenkomst wél tegen vennootschap A kon worden ingeroepen, konden de verweerders in cassatie zich verschuilen achter het argument dat zij niet wisten dat hun garantie ook tot schadevergoeding aan de beleggingsmaatschappij strekte. Nadien niet meer. Na het arrest van de Hoge Raad in 2013 wisten verweerders in cassatie immers dat vennootschap A wel degelijk gehouden was tot het betalen van een aanzienlijke schadevergoeding. Dat vennootschap A daartoe niet in staat bleek, was te wijten aan gedragingen en betalingen binnen vennootschap A die erop duidden dat het vermogen van die vennootschap bewust negatief gehouden werd. Die gedragingen en betalingen dateerden ook van na het arrest van de Hoge Raad in 2013 en dus van na kennisname door de verweerders in cassatie van het feit dat hun vennootschap, vennootschap A, schadeplichtig was.

Het oordeel van het hof dat er geen sprake zou kunnen zijn van aansprakelijkheid van de verweerders in cassatie als bestuurders van vennootschap A, omdat zij niet van de schadeplichtigheid van vennootschap A wisten of konden weten, is volgens de Hoge Raad dus onjuist. Een ander hof zal zich opnieuw over de kwestie moeten buigen. Het ligt voor de hand dat dan wel zal worden geoordeeld dat de bestuurders aansprakelijk zijn, nu zij in de wetenschap dat vennootschap A gehouden was de schade van de beleggingsmaatschappij te vergoeden, in de hand hebben gewerkt dat A daar financieel niet toe in staat was.

Al besturende leert men, en dat komt de bestuurders van vennootschap A vermoedelijk duur te staan.

BASE adviseert en procedeert regelmatig in kwesties omtrent bestuurdersaansprakelijkheid. Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met Max Luiten of een van de andere advocaten van de sectie Corporate & Commercial Litigation.

Meer informatie

Terug

The Litigation firm

Uw probleem oplossen, zodat u verder kunt met ondernemen. Daar gaat het om. Het is ons vak en onze passie om een zakelijk of arbeidsrechtelijk geschil beheersbaar te maken en op te lossen. Soms kan dat door als advocaat onzichtbaar te blijven en achter de schermen een zo optimaal mogelijk dossier te vormen voor en met u. Een andere keer vraagt een zaak om een aanpak voor de schermen. Diplomatiek waar het kan en agressief waar het moet. En soms is keihard procederen onvermijdelijk. Omdat de grenzen zijn bereikt, omdat een wederpartij niet bereid blijkt tot een constructieve oplossing, of omdat het voor uw reputatie in de markt van belang kan zijn om een streep te trekken.

Maatwerk staat centraal bij de behandeling van iedere zaak. Want we doen het samen, advocaat en cliënt. We investeren in de onderlinge samenwerking en verdiepen ons in uw onderneming en uw markt. BASE maakt duidelijke keuzes uit kracht, omdat we alleen willen doen waar we écht goed in zijn en omdat u altijd moet kunnen rekenen op toegevoegde waarde. Daarom richt onze praktijk zich op Corporate & Commercial Litigation en Arbeidsrecht.

Expertise

Corporate & Commercial Litigation

Bij BASE Advocaten beoefenen we de proces- en conflictmanagement praktijk op het allerhoogste niveau. Wij staan binnen- en buitenlandse cliënten bij in vitale zakelijke geschillen. Geschillen binnen de vennootschap, bestuurdersaansprakelijkheidskwesties, aandeelhouders-geschillen, geschillen over commerciële contracten, overnamegeschillen, geschillen tegen (of voor) financiële instellingen over zorgplichtkwesties en beroepsaansprakelijkheidskwesties. Het zijn slechts enkele voorbeelden. Klik hieronder voor meer informatie.

Lees meer

Arbeidsrecht

BASE Advocaten biedt topspecialisten op het gebied van het arbeidsrecht. Wij staan zowel werkgevers (nationaal en internationaal), individuele bestuurders/werknemers, als ondernemingsraden bij. In de dagelijkse praktijk adviseren en procederen wij onder meer op het gebied van ontslag, reorganisaties, arbeidsvoorwaarden, disciplinaire maatregelen, medezeggenschap en werkgeversaansprakelijkheid. Klik hieronder voor meer informatie.

Lees meer
Partner van
logo Erasmus
Vriend van
logo Sophia Kinderziekenhuis
Actueel-detail - BASE Advocaten
Akkoord
Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Door gebruik te maken van deze website of door op akkoord te drukken, ga je akkoord met ons cookiebeleid.