BASE Advocaten - The Litigation Firm

De NCC over COVID-19 als onvoorziene omstandigheid

Nieuws 01 mei 2020

Eén van de eerste gepubliceerde uitspraken van de Netherlands Commercial Court (NCC) – de nieuwe, internationale kamer van de rechtbank Amsterdam waarover wij al eerder artikelen schreven – is om meerdere redenen interessant. Niet alleen laat de kortgedinguitspraak zien hoe verschillende Ne-derlandse rechtsbeginselen worden toegepast in een internationaal handelsgeschil (in een Engelstalig vonnis), maar ook wordt duidelijk hoe een beroep op onvoorziene omstandigheden vanwege COVID-19 concreet uitpakt. Ook over de samenhang tussen COVID-19 en commerciële contracten schreven wij eerder een uitgebreid artikel.

In ECLI:NL:RBAMS:2020:2406 lagen twee vragen voor: (i) is er tussen eiser, uit New York, en de in Amsterdam gevestigde investeringsmaatschappij Tennor een overeenkomst tot stand gekomen over de (ver)koop van 50% van de aandelen in een paarden(spring)sportbedrijf voor EUR 169 miljoen, en (ii) wat er moet gebeuren met de cancellation fee die Tennor verschuldigd is aan eiser uit hoofde van de letter of intent die partijen zijn overeengekomen.

(i) Is er een overeenkomst tot stand gekomen?
De NCC beantwoordt vraag (i) ontkennend. Eerst vat de NCC kort samen hoe naar Nederlands recht een overeenkomst tot stand komt: door wat onder de gegeven omstandigheden redelijk handelende partijen mochten begrijpen als een aanbod en een aanvaarding van dat aanbod. Aan aanbod en aan-vaarding daarvan zijn geen nadere vormvereisten verbonden, maar de omstandigheden van dit geval – waaronder specifiek de omstandigheid dat de betrokken partijen in dit geschil ervaren zijn op het gebied van fusies en overnames, maar ook de gemoeide koopprijs en de uitgebreide onderhandelin-gen tussen partijen – maakt volgens de NCC dat aan het ontbreken van een bevoegdelijk ondertekend contract in dit geschil bijzonder gewicht toekomt. De omstandigheden die eiser daartegen inbrengt om te bepleiten dat wel degelijk een contract tot stand is gekomen – bijvoorbeeld dat tijdens de on-derhandelingen weinig twijfel was uitgesproken door Tennor, dat de adviseurs van Tennor steeds als woordvoerders optraden, dat er geen voorbehouden waren uitgesproken en steeds vertrouwen was gewekt dat de deal rond zou komen en dat Tennor zich al in de pers had uitgelaten over de deal – overtuigden de NCC niet.

Volgens de NCC waren partijen een duidelijk tweeledig mechanisme overeengekomen voor totstand-koming van de deal in de letter of intent: ofwel ondertekening van het contract, ofwel betaling van een fee van EUR 30 miljoen door Tennor. Hoewel naar Nederlands recht dus geen vormvereisten gelden voor aanbod en aanvaarding daarvan, is dit tweeledige mechanisme volgens de NCC wel van belang voor de vraag hoe eiser kan bewijzen dat er een overeenkomst tot stand is gekomen, namelijk door aan te tonen dat het mechanisme voor totstandkoming linksom of rechtsom in werking is getreden. Daarin slaagt eiser dus niet.

(ii) Wat gebeurt er met de door Tennor verschuldigde fee?
De NCC buigt zich vervolgens over de vraag wat er moet gebeuren met de fee die Tennor uit hoofde van de wél overeengekomen letter of intent verschuldigd is aan eiser. Die fee bedraagt EUR 30 miljoen. Tennor beroept zich op artikelen 6:94, 6:248 en 6:258 BW. De NCC gaat op die artikelen afzonderlijk in en geeft zo beknopt een aantal belangrijke Nederlandse rechtsbeginselen weer. Zo benoemt de NCC dat het uitgangspunt contractsvrijheid tussen partijen is – partijen bepalen zelf wat zij overeenkomen – en dat alleen ingeval de impact van een contract naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is ruimte bestaat om in te grijpen. En ook die maatstaven worden door de partijen bepaald: de rechter moet zoeken naar een oplossing die zo dicht mogelijk komt bij wat partijen overeen zijn gekomen en beoogd hadden, dus met dezelfde voor-/nadeel- en risicoverdeling. Kortom, de rechter moet beoordelen of ingrijpen nodig is om (zoals wij het in ons artikel over COVID-19 en commerciële contracten noemden) het gecontracteerde evenwicht te herstellen en de pijn te verdelen.

Na een uitgebreide weging van door beide partijen aangehaalde omstandigheden en argumenten, concludeert de NCC dat het in stand laten van de door Tennor verschuldigde fee van EUR 30 miljoen ook het gecontracteerde evenwicht in stand laat. Samengevat: partijen hebben bewust het risico de fee te moeten betalen bij Tennor gelegd voor als Tennor de deal zou afblazen, zoals is gebeurd. Dat risico is - opnieuw bewust – beperkt tot EUR 30 miljoen. De overige, substantiële (financiële) gevolgen van het afblazen van de deal, blijven vervolgens voor rekening van eiser. Tennor wordt dus ver-oordeeld tot betaling van EUR 30 miljoen. Tennor's verzoek om het vonnis van de NCC niet uitvoerbaar bij voorraad te laten verklaren, vanwege een gesteld restitutierisico en een aangekondigd hoger beroep ingeval van een ongunstige uitspraak in eerste aanleg, wordt door de NCC afgewezen. Het oordeel van de NCC rust nu juist in belangrijke mate op het (volgens de NCC) zwaarwegende belang van eiser, terwijl het gestelde restitutierisico door Tennor niet aannemelijk is gemaakt.

Conclusie
Deze uitspraak van de NCC kan als voorbode gezien worden van hoe de bedoelingen waarmee de NCC is opgericht in de praktijk gestalte krijgen. Een internationaal handelsgeschil met grote geldelijke belangen wordt beslecht aan de hand van begrijpelijke, uitgebreide toelichtingen in het Engels op Nederlandse rechtsbeginselen, zoals de totstandkoming van een overeenkomst (en daarbinnen bij-voorbeeld de rol van al dan niet gewekt totstandkomingsvertrouwen), de werking van de redelijkheid en billijkheid in het kader van (commerciële) contracten, de belangenafweging in kort geding en die in het kader van het al dan niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren van een uitspraak. De wetenschap dat men zo inzichtelijk te werk gaat, kan het alleen maar aantrekkelijker maken voor partijen om in com-merciële contracten af te spreken dat zij eventuele geschillen voorleggen aan de NCC.

BASE adviseert en procedeert regelmatig in kwesties over (internationale) handelscontracten, ook in het Engels (bijvoorbeeld in arbitrage). Neem voor meer informatie of advies over dit onderwerp contact op met Max Luiten of een van de andere advocaten van de sectie Corporate & Commercial Litigation

. Meer informatie

Terug

The Litigation firm

Uw probleem oplossen, zodat u verder kunt met ondernemen. Daar gaat het om. Het is ons vak en onze passie om een zakelijk of arbeidsrechtelijk geschil beheersbaar te maken en op te lossen. Soms kan dat door als advocaat onzichtbaar te blijven en achter de schermen een zo optimaal mogelijk dossier te vormen voor en met u. Een andere keer vraagt een zaak om een aanpak voor de schermen. Diplomatiek waar het kan en agressief waar het moet. En soms is keihard procederen onvermijdelijk. Omdat de grenzen zijn bereikt, omdat een wederpartij niet bereid blijkt tot een constructieve oplossing, of omdat het voor uw reputatie in de markt van belang kan zijn om een streep te trekken.

Maatwerk staat centraal bij de behandeling van iedere zaak. Want we doen het samen, advocaat en cliënt. We investeren in de onderlinge samenwerking en verdiepen ons in uw onderneming en uw markt. BASE maakt duidelijke keuzes uit kracht, omdat we alleen willen doen waar we écht goed in zijn en omdat u altijd moet kunnen rekenen op toegevoegde waarde. Daarom richt onze praktijk zich op Corporate & Commercial Litigation en Arbeidsrecht.

Expertise

Corporate & Commercial Litigation

Bij BASE Advocaten beoefenen we de proces- en conflictmanagement praktijk op het allerhoogste niveau. Wij staan binnen- en buitenlandse cliënten bij in vitale zakelijke geschillen. Geschillen binnen de vennootschap, bestuurdersaansprakelijkheidskwesties, aandeelhouders-geschillen, geschillen over commerciële contracten, overnamegeschillen, geschillen tegen (of voor) financiële instellingen over zorgplichtkwesties en beroepsaansprakelijkheidskwesties. Het zijn slechts enkele voorbeelden. Klik hieronder voor meer informatie.

Lees meer

Arbeidsrecht

BASE Advocaten biedt topspecialisten op het gebied van het arbeidsrecht. Wij staan zowel werkgevers (nationaal en internationaal), individuele bestuurders/werknemers, als ondernemingsraden bij. In de dagelijkse praktijk adviseren en procederen wij onder meer op het gebied van ontslag, reorganisaties, arbeidsvoorwaarden, disciplinaire maatregelen, medezeggenschap en werkgeversaansprakelijkheid. Klik hieronder voor meer informatie.

Lees meer
Partner van
logo Erasmus
Vriend van
logo Sophia Kinderziekenhuis
Actueel-detail - BASE Advocaten
Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en u toegang te geven tot onze social media.
Door op akkoord te drukken, gaat u akkoord met ons cookiebeleid.
Akkoord Niet akkoord