BASE Advocaten - The Litigation Firm

COVID-19 en commerciële contracten: een voorbeeld uit de luchtvaartbranche

Blogs 08 december 2020
Een geschil over de overname van Corendon door Sunweb is het volgende praktijkvoorbeeld van de invloed van COVID-19 op commerciële contracten. In kort geding (ECLI:NL:RBAMS:2020:6051) lag de vraag voor of aan alle (opschortende) voorwaarden in het overnamecontract tussen de houdstermaatschappijen van respectievelijk de Corendon Groep en de Sunweb Group was voldaan en, zo ja, of de overname per direct doorgang kon vinden ondanks de COVID-19-crisis. Corendon – als verkoper – meende van wel, Sunweb – als koper – van niet.

SPA: opschortende voorwaarden
Na een kleine twee jaar onderhandelen ondertekenden Corendon en Sunweb eind 2019 een Share Purchase Agreement (SPA) uit hoofde waarvan Sunweb tegen betaling van EUR 146 miljoen de aandelen in de Corendon Groep zou overnemen. Voorafgaand aan closing (levering van de aandelen tegen betaling van de koopprijs) moesten wel vier opschortende voorwaarden worden vervuld, uiterlijk voor 31 oktober 2020. Als op die datum de opschortende voorwaarden nog niet vervuld zouden zijn, stond het partijen vrij de SPA op te zeggen.

Een van de opschortende voorwaarden zag op de door de ‘Inspectie Leefomgeving en Transport’ (ILT) aan Corendon verstrekte exploitatievergunning voor het aanbieden van luchtvaartdiensten. Sunweb wilde voorafgaand aan closing zekerheid over het behoud van die exploitatievergunning, omdat anders Corendon Dutch Airlines (een onderdeel van de Corendon Groep) waardeloos zou zijn. Een opschortende voorwaarde van die strekking werd dan ook overeengekomen. Die voorwaarde was tweeledig en ontleend aan de voorwaarden die de Europese Luchtvaartverordening stelt aan het behoud van een exploitatievergunning ingeval van een overname van een luchtvaartmaatschappij: ILT diende schriftelijk te bevestigen dat niet (als gevolg van de overname) vereist was dat (1) een aangepast businessplan van Corendon Dutch Airlines werd ingediend, of (2) de exploitatievergunning opnieuw ter goedkeuring moest worden voorgelegd. In het verlengde van die opschortende voorwaarde bevatte de SPA een inspanningsverplichting voor Corendon om de voornoemde bevestiging van ILT te verkrijgen.

Brief ILT: voorwaarde vervuld?
Volgens Corendon kwam die bevestiging er op 9 oktober 2020, toen ILT haar in een brief schreef:

“Voor de toepassing van artikel 8 lid 6 [van de Luchtvaartverordening] kan ik hierbij bevestigen dat er i.v.m. de aandelenoverdracht geen nieuw businessplan benodigd is. Reden is dat de inspectie al de beschikking krijgt over de financiële informatie in het kader van het toezicht op de exploitatievergunning.”

En:

“Voor de toepassing van artikel 8 lid 7 zal de inspectie binnen 14 dagen na de aandelenoverdracht de gegevens ontvangen als bedoeld in deel 2 onder 2.2 van bijlage I, en de informatie voor toepassing van artikel 4.e) en 4.f).”

Los van verwijten over de inspanningen van Corendon, de timing daarvan en de verstrekte informatie daarover, bestreed Sunweb hoofdzakelijk dat met bovenstaande mededelingen van de ILT aan de opschortende voorwaarde over de exploitatievergunning was voldaan. Volgens Sunweb was sprake van een voorwaardelijke bevestiging door ILT, nu zij in haar brief expliciet verwees naar informatie die zij later beschikbaar zou krijgen – die informatie zou de beslissing van de ILT dus kunnen veranderen.

De kortgedingrechter volgt Sunweb niet in haar redenering en oordeelt dat een redelijke uitleg van de brief van de ILT leidt tot de conclusie (1) dat geen nieuw businessplan van Corendon Dutch Airlines benodigd was en (2) dat niet aannemelijk was dat een nieuwe exploitatievergunning ter goedkeuring hoefde te worden voorgelegd, omdat aan alle elementen uit het toetsingskader van de Luchtvaartverordening die daarvoor relevant zijn al werd voldaan.  

COVID-19: belangenafweging

De kortgedingrechter achtte het dus aannemelijk dat een bodemrechter (in een meeromvattende procedure met meer ruimte voor bewijslevering) zou oordelen dat aan alle opschortende voorwaarden in de SPA was voldaan. Toch wijst hij de vorderingen van Corendon, die waren gericht op closing en alles wat daarmee samenhing (levering van de aandelen, betaling van EUR 146 miljoen), af.

Daaraan lagen meerdere omstandigheden ten grondslag. Bijvoorbeeld de mogelijke onomkeerbaarheid van de situatie bij toewijzing van de vorderingen, vraagtekens bij het spoedeisend belang van Corendon, zich terugtrekkende financiers aan de zijde van Sunweb die dreigden bestuurders persoonlijk aansprakelijk te stellen en de mogelijke schending van garanties over de solvabiliteit van groepsmaatschappijen van Corendon door de COVID-19-crisis. Maar vooral: de COVID-19-crisis zelf.

De kortgedingrechter concludeert dat, in een branche die heel hard door de COVID-19-crisis is getroffen, de gevolgen van een in rechte afgedwongen overname van deze omvang niet zijn te overzien. Die gevolgen raken ook werknemers, klanten, toeleveranciers en andere derden. Met de stichtelijke woorden: “Onder deze omstandigheden dienen partijen om de tafel te gaan zitten om de deal, waarmee zij aanvankelijk zo verguld waren, aan te passen aan de gewijzigde situatie”, stuurt de kortgedingrechter partijen terug naar de tekentafel.

Onvoorziene omstandigheden
Een belangrijke kanttekening daarbij is dat de SPA de volgende bepaling bevatte:

“Unless otherwise provided in this Agreement and to the extent permitted by Law, each Party waives the right to […] request amendment of this Agreement or the consequences thereof on any ground, including on the basis of section […] 6:258(1) of the Dutch Civil Code.”

Het vonnis gaat snel aan die bepaling voorbij en benadrukt dat partijen onverminderd afwijkende afspraken kunnen maken en daartoe ook gehouden zijn op grond van de redelijkheid en billijkheid.

Juist dat kernbegrip van het Nederlandse contractenrecht, de redelijkheid en billijkheid, is echter niet alleen in algemene zin bepalend voor de rechtsverhouding tussen partijen, het ligt ook besloten in artikel 6:258 lid 1 Burgerlijk Wetboek waarnaar de SPA hierboven verwijst. En dat artikel is van dwingend recht. Artikel 6:258 lid 1 bepaalt dat een rechter op vordering van een van de partijen de gevolgen van een contract kan wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden (mits die omstandigheden van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van het contract niet mag verwachten). Het dwingendrechtelijke karakter van het artikel houdt in dat partijen alleen de wettelijke wijzigingsbevoegdheid van de rechter vanwege bepaalde omstandigheden kunnen uitsluiten door de mogelijkheid dat die omstandigheden zich zullen voordoen in hun overeenkomst te verdisconteren. Een algemeen geformuleerde bepaling zoals de SPA in dat kader bevat, voegt dus (zonder elders in het contract bepaalde omstandigheden te verdisconteren) weinig toe en staat niet in de weg aan een succesvol beroep op COVID-19 als onvoorziene omstandigheid in de sleutel van artikel 6:258 lid 1. Zo blijkt maar weer dat, door het leerstuk van de redelijkheid en billijkheid, de juridische realiteit van vuistdikke contracten en daarin vervatte (standaard)bepalingen altijd onderhevig blijft aan de veranderlijke feitelijke realiteit.

Conclusie
Dat is ook in lijn met de COVID-19-jurisprudentie tot nu toe. Daarin is zichtbaar dat de COVID-19-crisis over het algemeen als onvoorziene omstandigheid wordt aangemerkt, maar niet altijd met wijziging van het contract of verplichte heronderhandeling tot gevolg. De gevolgen voor een contract hangen steeds af van de specifieke omstandigheden van het geval. Het wordt interessant daarin een lijn te ontwaren naarmate de COVID-19-crisis zich oplost en ook bodemrechters zich uit gaan laten over daarmee samenhangende contractuele geschillen.

Lees over de (verwachte) invloed van COVID-19 op commerciële contracten meer in de twee papers die wij eerder schreven (paper 1 en paper 2) en in mijn eerdere blog over COVID-19 als onvoorziene omstandigheid in een ander overnamegeschil.

BASE adviseert en procedeert regelmatig in kwesties over (overname)contracten. Neem voor meer informatie of advies over dit onderwerp contact op met Max Luiten of een van de andere advocaten van de sectie Corporate & Commercial Litigation.

Meer informatie

Terug

The Litigation firm

Uw probleem oplossen, zodat u verder kunt met ondernemen. Daar gaat het om. Het is ons vak en onze passie om een zakelijk of arbeidsrechtelijk geschil beheersbaar te maken en op te lossen. Soms kan dat door als advocaat onzichtbaar te blijven en achter de schermen een zo optimaal mogelijk dossier te vormen voor en met u. Een andere keer vraagt een zaak om een aanpak voor de schermen. Diplomatiek waar het kan en agressief waar het moet. En soms is keihard procederen onvermijdelijk. Omdat de grenzen zijn bereikt, omdat een wederpartij niet bereid blijkt tot een constructieve oplossing, of omdat het voor uw reputatie in de markt van belang kan zijn om een streep te trekken.

Maatwerk staat centraal bij de behandeling van iedere zaak. Want we doen het samen, advocaat en cliënt. We investeren in de onderlinge samenwerking en verdiepen ons in uw onderneming en uw markt. BASE maakt duidelijke keuzes uit kracht, omdat we alleen willen doen waar we écht goed in zijn en omdat u altijd moet kunnen rekenen op toegevoegde waarde. Daarom richt onze praktijk zich op Corporate & Commercial Litigation en Arbeidsrecht.

Expertise

Corporate & Commercial Litigation

Bij BASE Advocaten beoefenen we de proces- en conflictmanagement praktijk op het allerhoogste niveau. Wij staan binnen- en buitenlandse cliënten bij in vitale zakelijke geschillen. Geschillen binnen de vennootschap, bestuurdersaansprakelijkheidskwesties, aandeelhouders-geschillen, geschillen over commerciële contracten, overnamegeschillen, geschillen tegen (of voor) financiële instellingen over zorgplichtkwesties en beroepsaansprakelijkheidskwesties. Het zijn slechts enkele voorbeelden. Klik hieronder voor meer informatie.

Lees meer

Arbeidsrecht

BASE Advocaten biedt topspecialisten op het gebied van het arbeidsrecht. Wij staan zowel werkgevers (nationaal en internationaal), individuele bestuurders/werknemers, als ondernemingsraden bij. In de dagelijkse praktijk adviseren en procederen wij onder meer op het gebied van ontslag, reorganisaties, arbeidsvoorwaarden, disciplinaire maatregelen, medezeggenschap en werkgeversaansprakelijkheid. Klik hieronder voor meer informatie.

Lees meer
Partner van
logo Erasmus
Vriend van
logo Sophia Kinderziekenhuis
Actueel-detail - BASE Advocaten
Akkoord
Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Door gebruik te maken van deze website of door op akkoord te drukken, ga je akkoord met ons cookiebeleid.